Wilhelmina Drucker vocht voor seksegelijkheid

 

 

 

 

Wilhelmina Drucker werd op 30 september 1847 in Amsterdam geboren als Wilhelmina Elisabeth Lensing.

Teksten over de mensen die op Zorgvlied zijn begraven, zijn verbeterd en aangevuld in het in 2015 verschenen PARADIJS ZORGVLIED.

Dat haar schatrijke vader, de bankier Louis Drucker, niet met haar moeder, de naaister Constantia Lensing, trouwde en Wilhelmina en haar zus Louise niet als zijn wettige kinderen erkende, heeft een belangrijke rol gespeeld in het leven van Wilhelmina.

Na zijn overlijden in 1884 erfden de halfbroers en -zussen van Wilhelmina, kinderen van de vrouw met wie Drucker inmiddels wel was getrouwd, zijn fortuin en stonden Wilhelmina en haar zus met lege handen. Hun oudste halfbroer was de bekende jurist Hendrik Lodewijk Drucker. Wilhelmina en Louise verwerkten hem als personage in hun sleutelroman George David (als verantwoordelijk voor de dood van zijn halfbroer), in de hoop dat Hendrik een financiële regeling met hen zou treffen.

Wilhelmina bezocht in die tijd vergaderingen van de Sociaal-Democratische Bond (SDB), De Unie, de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht en De Dageraad, waar socialisten, radicalen, democraten en vrijdenkers met elkaar in contact traden. In 1887 werd ze vaste medewerker van het Groninger Weekblad, waarin ze het vervolgverhaal ‘Mammon’ publiceerde. Weer stond haar halfbroer Hendrik model, als iemand die zijn geld onrechtmatig had verkregen. Via haar verhalen gaf Wilhelmina hem te kennen dat ze hem niet met rust zou laten tot hij het onrecht ongedaan zou maken. De broer trof uiteindelijk een schikking die Drucker voor de rest van haar leven financieel onafhankelijk maakte, zodat ze niet meer als wollenaaister hoefde te werken en ongehinderd kon strijden voor gelijke rechten voor man en vrouw.

Samen met anderen richtte Wilhelmina de Vrije Vrouwenvereeniging (VVV) op voor juridische, economische en politieke gelijkstelling van de vrouw. Ze steunde ook financieel vrouwendoelen en de socialistische zaak. Tot begin 1893 sprak Drucker samen met socialisten op grote kiesrechtmeetings. De VVV nam actief deel aan congressen, zoals in Brussel aan het congres van de Tweede Internationale, waar de resolutie van Drucker en anderen om ‘het streven naar volledige juridische en politieke gelijkheid van mannen en vrouwen’ in de programma’s van de socialistische partijen wereldwijd op te nemen, werd aanvaard. De VVV nam het initiatief tot het oprichten van het Comité ter Verkrijging van Stedelijke Stoomwasscherijen, waarin zij samen met socialistische organisaties en diverse vakverenigingen de collectivering van de huishoudelijke arbeid voorstond. Zo ontstond ook de Naaistersvereeniging ‘Allen Eén’.

De ideeën van Drucker verschilden op den duur te veel met die van de socialisten, die alleen arbeidsbescherming wilden voor vrouwen. Drucker stond op voor gelijke arbeidsvoorwaarden voor beide seksen. De socialisten wilden uitbreiding van het mannenkiesrecht, maar Drucker eiste kiesrecht voor vrouwen op dezelfde voorwaarden op als voor mannen. In 1893 besloot ze dat de vrouwenzaak een zaak van vrouwen was en dat ze definitief haar eigen weg moest gaan. Samen met Dora Haver richtte ze het vrouwenweekblad Evolutie op, ze schreef in het eerste nummer: ‘Wij verlangen … tot geene enkele partij te behooren, bij geene enkele te worden ingelijfd; maar in iedere richting het goede te waardeeren en het verkeerde af te keuren’. Ze bleef actief in de vrijdenkersvereniging De Dageraad; negen jaar lang was ze lid van het hoofdbestuur.

In 1894 werd Drucker lid van de nieuwe, mede door haar inspanningen opgerichte Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK). De VVK was een zelfstandige politieke beweging met een eigen politiek doel: gelijk kiesrecht voor man en vrouw. Toen de VVK in 1916 de kiesrechtpolitiek van de liberale coalitie steunde, verliet Drucker de VVK en richtte De Neutrale Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op. Naast vrouwenkiesrecht was de strijd voor economische zelfstandigheid van vrouwen het belangrijkste programmapunt. Vrouwen moesten onbelemmerd toegang hebben tot de arbeidsmarkt en onder dezelfde voorwaarden kunnen werken als mannen. Drucker was al langere tijd actief op arbeidsgebied via het succesvolle Nationaal Comité inzake Wettelijke Regeling van Vrouwenarbeid (Wettencomité), in 1903 opgericht door haarzelf en Marie Rutgers-Hoitsema, dat gekant was tegen ieder voornemen tot ontslag van vrouwelijke ambtenaren die in het huwelijk traden. Drucker beschouwde huwelijk en seksualiteit als derde pijler in haar streven naar gelijkheid tussen de seksen.

In Evolutie schreef zij over de rol van echtgenote en moeder die als vanzelfsprekend aan elke vrouw werd toebedeeld, de ondergeschiktheid van de echtgenote aan haar man en de dubbele seksuele moraal van mannen, die niet werd toegestaan aan hun vrouwen. Dit soort misstanden en ook de rechteloze positie van het onwettige kind, waardoor ze zelf was geraakt, waren het gevolg van de economische afhankelijkheid van vrouwen. Drucker verzette zich tegen de macht van de huwelijkswet en tegen het verbod op het onderzoek naar het vaderschap. Er moest geen onderscheid zijn tussen wettige en onwettige kinderen. Ze was voor het vrije huwelijk, waarin de echtgenoten gelijk aan elkaar waren en voor het recht op gebruik van voorbehoedsmiddelen. Drucker trad onmiddellijk toe tot de Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming (OV), die in 1897 werd opgericht om de belangen van de ongehuwde moeder en haar kind te behartigen. Jaren later splitste ze zich met een aantal ‘radicalen’ af van de OV, ze startten in 1905 (met financiële hulp van Drucker) een eigen opvanghuis, Tehuis Annette, waarin vrouwelijke solidariteit centraal stond. Alleen liefdadigheid geven aan een onderdrukte groep was niet genoeg voor haar. Zeven jaar later kwam uit dezelfde radicalen het Comité voor Moederbescherming en Sexueele Hervorming voort, waartoe Drucker als lid toetrad.

Met de grondwetsherziening van 1917 en de wijziging van de kieswet in 1919 werd de belangrijkste feministische eis gehonoreerd. Het vrouwenkiesrecht was eindelijk bereikt.

Drucker schreef haar lezeressen van Evolutie voor, dat ze niet alleen bezig moesten zijn met het verwerven van parlementszetels. De strijd voor gelijke rechten moest ook buiten het parlement worden gevoerd. In 1920 werd Wilhelmina lid van het Comité tegen Gezinsloon en actief bij comités tegen het ontslag van gehuwde ambtenaressen. Ze steunde critici (onder wie liberaal Samuel van Houten) van het nieuwe systeem van evenredige vertegenwoordiging en bezoldigde Kamerfuncties. Partijdictatuur en banenjacht zouden op de loer liggen. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er een meer interventionistische taakopvatting van de staat; de overheidsuitgaven stegen. Kritiek hierop kwam naar voren via de Nederlandsche Bond van Belastingbetalers, waarvan Drucker in 1919 een van de oprichters was. Een aantal leden van de bond was uiterst-rechts. Boze tongen beweerden dat Drucker ook fascistische sympathieën had, maar ze brak al in 1922 met deze Bond. In Evolutie schreef ze juist kritisch over fascistische initiatieven.

Drucker verdedigde haar politieke opvattingen. Ze was evenzeer tegen het antiparlementarisme van rechts zoals zij zich eerder tegen het antiparlementarisme van de SDB had gekeerd. Ze onderscheidde zich door haar gelijkheidsdenken en haar polemische stijl, waardoor ze door velen als radicaal werd beschouwd. Met haar blad Evolutie waarin ze opkwam voor de vrouwenzaak, ontwikkelde ze zich steeds meer tot gerespecteerd instituut. Op 5 december 1925 overleed Wilhelmina Drucker. Tijdens de crematieplechtigheid op 10 december op Westerveld, waren vertegenwoordigers van alle sectoren van de vrouwenbeweging aanwezig om ‘IJzeren Mina’ (haar bijnaam) uitgeleide te doen. Ze heeft vele vrouwen geïnspireerd om zich in te zetten voor hun eigen zaak. Eind jaren zestig van de twintigste eeuw ontleende de beweging van de tweede feministische golf haar naam aan haar: Dolle Mina.

Op 10 maart 1986 is de as van Wilhelmina Drucker bijgezet in het graf op Zorgvlied, waar haar familieleden reeds lagen. Boven aan de grafsteen staat: Familiegraf Schagen van Soelen. In het graf liggen haar zwager Jacob Arent Schagen van Soelen (21 augustus 1833 – 22 juli 1896), haar zus Louise Gerarda Elisabeth Lensing (10 februari 1845 – 23 januari 1908) en haar moeder Constantia Christina Lensing (11 september 1815 – 11 januari 1902).

Zijzelf staat op de grafsteen vermeld als:

WILHELMINA DRUCKER GEB: 30 SEPT 1847 OVERL: 5 DEC 1925 VERASCHT: 10 DEC 1925 BIJGEZET: 10 MAART 1986

Aan de Churchilllaan in Amsterdam staat sinds 1939 een standbeeld van Wilhelmina Drucker door de beeldhouwer en verzetsstrijder Gerrit Jan van der Veen. De tekst op de sokkel:

DOOR VREDE VRIJHEID ONTWIKKELING NAASTENLIEFDE

VRIJE VROUWENVEREENIGING 5 OCTOBER 1889 5 DECEMBER 1925

en aan de andere kant:

VROUWEN HOUDT DE FAKKEL BRANDENDE

“EVOLUTIE” 5 APRIL 1893 5 DECEMBER 1925

———————————————————————————————————-

http://www.wilhelminadrucker.nl/

http://www.iisg.nl/bwsa/bios/lensing.html

http://www.rosadoc.be/joomla/index.php/portretten/feminisme_en_vrouwenbeweging/wilhelmina_drucker_feministe_van_het_eerste_uur.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelmina_Drucker

http://www.kb.nl/galerie/kalender/jaar_2010/september/pagina/30.xml

http://www.kunstwacht.nl/publiek/zuideramstel/kunstwerk/63/

———————————————————————————————————-

Wijknaam: 1.4. De Engelsche Tuyn, Grafnummer: N-II-0157

———————————————————————————————————-

Foto’s: Pauline Wesselink

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in ZORGVLIED GRAVEN. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s